Opvoeden is een kunst, meer dan een kunde. Een beeldhouwer haalt zijn beeld uit de ruwe blok tevoorschijn. Eigenlijk doet hij niet meer dan zorgvuldig en met de nodige inspiratie de schil weghalen die over het reeds aanwezige beeld zat.
Zo is het ook de kunst van de opvoeder om wat reeds in aanleg in het wezen van het kind aanwezig is te erkennen en naar buiten te helpen brengen. Wanneer dit met zorg gebeurt, zullen er bij de jonge mens kwaliteiten tot ontwikkeling komen die de pedagoog zelf niet bezit. Daarom noemde Rudolf Steiner eerbied de noodzakelijke grondhouding voor een opvoeder ten opzichte van een kind.
De Rudolf Steinerpedagogie in het algemeen en het leerplan en de lessentabel in het bijzonder beogen bij elk kind de ontwikkeling tot een harmonische en vrije mens: vrij in denken, vrij in voelen en vrij in handelen. Deze vrijheid is geen vrijblijvendheid, maar integendeel een verregaande mede-verantwoordelijkheid voor de mens, voor de samenleving, voor de wereld.
In die zin is de aangeboden leerstof het middel om tot de juiste ontwikkeling te komen voor elk kind. Beweeglijkheid en veerkracht kenmerken dit leerplan, waardoor levendig onderwijs kan ontstaan.
Ritme Ritme is een van de wezenlijke kenmerken van de levende wereld. Allerlei verschijnselen bij planten en dieren herhalen zich, maar steeds lichtjes gewijzigd. Daartegenover staat regelmaat, een kenmerk uit de dode wereld. In dit geval herhaalt een bepaald verschijnsel zich onveranderlijk, exact en star.
Een wisselwerking tussen deze twee vinden we bijvoorbeeld terug in de muziek, waar ritme ruimte laat voor vernieuwing, terwijl de maat zich voortdurend ongewijzigd herhaalt. Net als bij dieren en planten is het leven van de mens ritmisch opgebouwd. Voorbeelden hiervan zijn de hartslag, het ademen en de afwisseling van wakker zijn en slapen. Als vrij wezen is de mens echter in staat tegen deze ritmen in te gaan. Stress, geprikkeldheid en ziekte dwingen ons na een tijd terug een harmonische manier van leven op te nemen.
Omdat ritme zo belangrijk is voor een evenwichtig leven, benadert De ES het uurrooster als een levend verschijnsel waarin denken, voelen en handelen een ritmisch geheel vormen. De leerlingen moeten afwisselend leren en werken. Na wiskunde komt bijvoorbeeld muziek of tuinbouw wordt afgewisseld met Nederlands. Het ritme van cognitieve, kunstzinnige, ambachtelijke en technische inhouden wordt een bewegende stroom waarop de leerlingen krachtig worden meegevoerd.