Beroepsvoorbereidend onderwijs

Op het einde van de lagere school onderscheiden sommige kinderen zich doordat ze in hun ontwikkeling eerder aangesproken worden vanuit de concrete werkelijkheid en het eigen handelen dan vanuit het denken. Het 7de leerjaar B en het 8ste Beroepsvoorbereidend leerjaar richten zich specifiek tot deze meisjes en jongens.  Praktijklessen worden zo opgebouwd dat de leervragen kunnen ontstaan op het moment dat ze aan de orde zijn. Ook hier wordt ernaar gestreefd om het innerlijke leven, de daadkracht en het sociale voelen van de leerlingen tot ontwikkeling te brengen.

De jongeren die deze twee jaar doorlopen hebben, kunnen daarna terecht in de beroepsrichting die het best past bij hun persoonlijkheid.

Voor de jongeren die echter binnen de steinerpedagogie hun beroepsopleiding verder willen zetten, is er de nieuwe richting ‘Duurzaam wonen’. Deze opleiding vindt niet plaats in De Es te Berchem, maar deze is wel te volgen in de steinerschool te Lier.

Afbeelding
Stammen en kaarsen.

Zevende klas

De zevende klas (eerste middelbaar) is een ontdekkingsreis op zich. De jongeren laten het bekende terrein van de onderbouw achter zich en zetten de eerste stappen in de middenbouw. Ze ontdekken niet alleen nieuwe vrienden, nieuwe vakken en nieuwe vaardigheden, maar ook zichzelf. Zoals alle grote ontdekkingstochten gaat dit niet vanzelf, en komt de jongere onderweg allerlei moeilijkheden tegen die overwonnen moeten worden. Om zich te sterken en te spiegelen worden in de zevende klas dan ook talloze verhalen verteld over allerlei ontdekkingen: van de grote ontdekkingsreizen door Magellaan en Marco Polo tot belangrijke uitvindingen in de wetenschapsvakken en het verkennen van de sterrenhemel in de aardrijkskunde. Ook in andere vakken worden de jongeren uitgedaagd om hun eigen grenzen te verleggen: zichzelf te uiten in het vreemdetalenonderwijs, te proeven van de cultuur van het Frans, doorzetten tijdens de houtbewerking en tuinbouw.

Afbeelding
Houtbewerking

Achtste klas

Na de ontdekkingen in de zevende klas volgt een periode van grote innerlijke roering, waarbij de jongere een periode van revolutie doormaakt. Niet alleen uiterlijke revolutie, tegen vormen van autoriteit en voorheen geaccepteerde waarden en normen, maar ook en vooral een innerlijke revolutie, waarin de zoektocht naar het eigen ik een hoge vlucht neemt. De puberteit ontwaakt en de achtsteklasser lijkt mijlenver te staan van de jongere die we vorig jaar leerden kennen. Om de jongere bij te staan tijdens deze periode van innerlijke woeling, wordt vooral veel structuur voorzien: een sterke focus op grammatica in de taalvakken, het doorgronden van de fysische werkelijkheid in de wetenschapsvakken, het perspectieftekenen in de plastische opvoeding. Daarnaast worden ze nog steeds bijgestaan door de klastitularis en leerkrachten, die hen begeleiden in hun innerlijke zoektocht en het proces naar meer zelfredzaamheid, zodat zij met een stevige basis aan de tweede graad kunnen beginnen.